Achtergrond

 

De Analytische Tekentherapie gaat uit van het psychoanalytisch gedachtegoed van Freud. Het was echter Jung, die in het begin van de vorige eeuw de tekening als psychisch medium in Europa introduceerde. Tussen Freud en Jung was er gedurende een aantal jaren een nauwe samenwerking. Jung besloot op zeker moment de psychoanalytische vereniging te verlaten. Door zijn interesse in de Indiase filosofie kwam hij in aanraking met abstracte, geometrische tekeningen, die gemaakt werden binnen een cirkel; de zogeheten mandala´s.

Deze toepassing gebruikte hij in zijn praktijk. Jung stelde vast, dat onverwerkte ervaringen en onderdrukte gevoelens aan het papier werden toevertrouwd. Door deze in een symbolisch spel van lijnen en kleuren binnen een cirkel te plaatsen, ontstond een veilig projectieveld.

De tekeningen activeren onbewust geworden ervaringen en gevoelens, waardoor in een therapieproces steeds weer nieuw materiaal aan de oppervlakte komt. De omzetting in een visueel beeld, vrije associatie, verdichting en verschuiving van essentiële aspecten in de droomduiding van Freud zijn in de tekeningen tevens van wezenlijk belang. De theorie van de tekenanalyse wordt steeds verder onderbouwd en als therapeutisch instrument verfijnd.